Home

Logo Past

COLLECTIE LANCERING FOTO + VERHALEN EXPO
16 en 17 december 2021 12-17h Past-Vintage, Westzeedijk 577 


Logocomo en Kledingbank-Rotterdam presenteren met trots hun eerste collectie, volledig gemaakt van restmaterialen. De uitkomst is draagbare kleding, voor ieder gender & iedere leeftijd.100% van de opbrengst is bestemd voor Kledingbank-Rotterdam. Naast kleding worden foto's en verhalen geëxposeerd. De modellen op de foto's zijn vrijwilligers van de Kledingbank. Zij vertellen elk het unieke verhaal over hun leven en hoe ze bij de Kledingbank terecht zijn gekomen. Te lezen in o.a. Nederlands, Arabisch, Engels & Pools. U bent hierbij van harte uitgenodigd om langs te komen, de collectie en de foto's te bwonderen, de verhalen te lezen en de lancering mee te vieren!

Martin Contact

Martin is geboren en getogen in Rotterdam. Hij is 43 jaar en woont momenteel in Zuidwijk. Martin is vijf dagen in de week werkzaam als chauffeur bij het bedrijf Trevvel. Hierdoor is hij in 2018 in aanraking gekomen met de Kledingbank: ’Het bedrijf doet ook goede doelen, projecten in samenwerking met de stichting DOK. Toentertijd was er een project waarbij ze tweedehands matrassen bij mensen thuis bezorgden. Deze matrassen moest ik met de taxibus vervoeren. De administratie werd geregeld via de kledingbank, hierdoor ben ik met de Kledingbank in contact gekomen. Toen dit project stopte had ik nog contact met mijn aanspreekpunt, Jolita, die vroeg of ik interesse had om nog andere dingen bij de Kledingbank te doen. Ik zat toen zelf in de ziektewet, door een knieblessure, dus ik had wat meer tijd om handen. Van daaruit ben ik begonnen met het sorteren van de donaties die mensen elke dag binnen brengen.’

Hij werkt elke zaterdag, omdat hij doordeweeks bij Trevvel werkt, ‘Maar als ik een uurtje vrij ben, spring ik meestal in; het is maar net hoe het uitkomt’, en doet vooral sorteerwerk. Martin vertelt hierover: ‘Mensen brengen donaties naar de Kledingbank, in grote balen met zakken. Die breng ik dan naar de opslagloods. Daar halen we dan de goede kleding uit en hangen we het in de rekken. Van daaruit wordt het weer in de winkel gehangen.’

Dagelijks worden er heel veel zakken kleding naar de kledingbank gebracht. Soms zit er meer dan kleding in: ’Mensen denken dat ze bij de kledingbank alles kwijt kunnen. Medicijnen, condooms, we zijn alles al een keer tegengekomen. Je maakt altijd wat mee.’

Naast de werkzaamheden vertelt Martin ook dat hij het heel erg naar zijn zin heeft met zijn collega’s: ‘We hebben veel personeelsuitjes. Barbecues, modeshows en tentoonstellingen, noem het maar op. Er worden heel veel dingen geregeld. Al deze dingen vind ik erg leuk om mee te maken, bijvoorbeeld naar een opening van een tentoonstelling gaan met zijn allen, dat zou ik normaal gesproken ook niet echt doen.’

Hij vertelt dat hij een leergierig persoon is, het leuk vindt om nieuwe dingen te doen en te ontdekken. Zo is hij een paar jaar geleden voor het eerst naar Kaapverdië gereisd, het land waar zijn vader vandaan komt. Het werken met kleding was voor Martin ook nieuw tot hij bij de Kledingbank kwam: ’Ik ben erin gegroeid, ik heb de mensen leren kennen, het is een leuke gewoonte geworden. Ik heb het mijn eigen gemaakt en het is nu een soort tweede natuur.’

Corinne Contact

Corinne is een Zeeuwse vrouw van 59 jaar, die al 35 jaar jaar in Rotterdam woont: Ze heeft van alles op haar CV staan: zo verzorgde ze onder andere de horeca bij de Erasmus Universiteit, deed ze cultureel werk, werkte ze in modezaak Kennedy op de Lijnbaan en had ze een eigen bedrijf: ‘Met mijn ex had ik samen een tweedehands kleding exportbedrijf, wij sorteerden kleding: een gedeelte ging naar andere landen en het andere gedeelte werd verkocht aan afnemers, bijvoorbeeld Cheap Fashion.’

Daarnaast heeft Corinne 13 jaar lang elk jaar vier maanden in Turkije gezeten. Hier deed ze seizoenswerk in de kassen. In dit bedrijf kwam ze weer bij de kleding terecht: ‘Het bedrijf begon op een gegeven moment met het exporteren van kleding. Deze kleding moest allemaal gesteriliseerd worden, vanuit een Nederlands bedrijf werd het vanuit Turkije naar Amerika gestuurd.’ Dit heeft ze vijf jaar lang gedaan, maar op een gegeven moment moest ze hier stoppen. Dat was moeilijk voor Corinne: ‘Ik was altijd keihard aan het werk, ik kon niets opbouwen in Nederland of Turkije, ik was best een beetje ontheemd. Toen ik dat werk niet meer had, ging het eigenlijk helemaal even mis met mij. Ik was mezelf totaal kwijt.’ Corinne is toen begonnen met vrijwilligerswerk: ze begon met het werken in de keuken in de Stadstuin op Kop van Zuid. De Stadstuin ging verhuizen, dus moest ze hier ook stoppen. Omdat Corinne nog in therapie was, was het vinden van vast werk moeilijk. Ze vond het doen van vrijwilligerswerk erg leuk, dus zocht ze iets nieuws, en zo kwam ze uit bij de Kledingbank: ‘Ik dacht bij mijzelf: wat wil ik nu? Een vaste baan was te ver weg. Het leek me leuk om weer iets met kleding te gaan doen, want dat is altijd een rode draad in mijn leven geweest.’

Corinne benadrukt dat ze de collegialiteit en de vriendschap onder de vrijwilligers belangrijk vindt: ‘Ik heb tijden gehad dat ik vluchtte in werk. Ik zit met slijtage in mijn rug, maar ik ben niet te stoppen. Ik ben een stuiterbal, ik heb teveel energie. Maar dan kom je jezelf ook tegen. Het is niet meer zo dat ik mijzelf voorbij loop, maar het is wel zo dat ik soms teveel lichamelijk werk doe.’ Inge heeft nu de dagcoördinatie van haar overgenomen, Inge kent Corinne goed en probeert haar dan ook te wijzen op de momenten dat ze teveel van haarzelf vraagt. Inge vertelt hierover: ’Soms is er helemaal geen vent aan het werk. Soms missen we de spierballen. Corinne sjouwt dan al die balen met kleding mee, maar ze is rugpatiënt. Dan zeg ik: ‘Corinne, ga toch eens zitten, mens!’’

Corinne werkt nu vierenhalf jaar met veel plezier bij de Kledingbank. Ze heeft als dagcoördinator gewerkt, maar werkt nu als coördinator van de opslag en de collectie in de winkel. ‘Wat ik gewoon heel mooi vind, is dat ik mensen kan helpen die het wat minder hebben. Het is ook een stukje maatschappelijk werk wat je eigenlijk doet. Het leukste is dat je met allerlei culturen in aanraking komt, ik ben altijd gek op alle culturen geweest.’

Nihad Some image

Nihad is 48 jaar en komt uit Aleppo, Syrië. Hij woont nu drieënhalf jaar in Nederland en is drie jaar werkzaam bij de kledingbank. ‘Toen ik naar Rotterdam ben verhuisd, heb ik gelijk vrijwilligerswerk gezocht. Via via ben ik bij de Kledingbank terecht gekomen.’ Nihad werkte als 14-jarige in een kledingzaak in Aleppo, dus hij had al affiniteit met kleding. Naast de Kledingbank werkt hij als maatschappelijk werker bij Stichting Vluchtelingen voor Vluchtelingen.

Momenteel is hij twee dagen in de week dagcoördinator. Dit betekent dat hij de andere vrijwilligers van werk voorziet en orde en regelmaat houdt op de dag zelf. Hierdoor leert hij ook de klanten kennen, wat belangrijk is voor hem: ‘De taal leren is voor mij niet genoeg, je moet ook met mensen in contact komen.’

Het mooiste van zijn werk vindt hij de glimlach op de gezichten van mensen: ‘Ik kwam zelf met zware bagage naar Nederland, het was en is soms nog steeds een moeilijke tijd, ik ben blij dat ik nu in Nederland andere mensen kan helpen die het ook moeilijk hebben. Het is zo’n mooi gevoel om mensen blij te maken. Een glimlach op het gezicht van een kind is het allemaal waard.’

Naast het blij maken van de klanten is de werkomgeving ook heel belangrijk. ‘Ik heb hele mooie, aardige collega’s. Vrijwilligerswerk zonder gezelligheid is niet leuk. Het is één grote familie. Het geeft je meer kans om verder te gaan, vooral als nieuwkomer in Nederland.’

Nihad had een eigen bedrijf in Syrië. Hij werkte als tussenpersoon tussen zakenman en douane. Hij heeft de hele wereld over gereisd. Daarnaast houdt Nihad heel erg van (Syrisch) koken en dit doet hij ook goed en graag. Voor de vrijwilligersbarbecue in de zomer had Nihad dan ook uitgepakt met allerlei Syrische lekkernijen: verse hummus, baba ghanoush, noem maar op. Nihad zou graag een Syrisch restaurant willen beginnen in Nederland. Helaas lijkt dat momenteel niet mogelijk in deze tijden van de pandemie. Maar aan zijn werklustigheid, positieve blik op de wereld en kracht zal het niet liggen: ‘Mijn verhaal, wat er allemaal gebeurd is in en na de oorlog, is erg verdrietig. Mijn leven is veranderd. Wat ik wil meegeven aan alle mensen: Geef nooit op, blijf positief. Alles kan. Vandaag ben ik model: waarom niet?’

Inge Some image

Het interview begint al goed: ’Nihad staat daar heel dom te doen: ik ga jou meppen man!’ Inge is een 66-jarige vrouw, geboren en getogen in Rotterdam. Ze zit vol met energie en deinst niet terug voor een grove grap. Op de vraag waar ze geboren is, antwoordt ze: ‘Nou daar vraag je me wat. Daar is het al begonnen. Hahaha! Ik zou het me god niet weten. Er is nooit een geboortekaartje van me geweest. Ik denk bij m’n opa en oma thuis. Amelandseplein, Rotterdam Zuid. Laten we het daar maar op houden.’

Inge is nu bijna een jaar vast werkzaam bij de Kledingbank. Daarvoor heeft ze het een paar keer geprobeerd, maar toen was ze nog ziek en was het werk te zwaar en de indrukken te veel. Ze werkt twee keer in de week vast, en vaak nog een dagje extra. Ze werkt één dag in de week als dagcoördinator: ‘Nou sinds kort, het is bijna niet te geloven, dat ik dat nog mag meemaken, maar op woensdag werk ik als dagcoördinator en zaterdag werk ik bij Nihad.’

Inge is een echte horecatijger, ook al noemt ze het zelf “boerenlullenkroegen”. Ze heeft jarenlang onder andere in Café Timmer gewerkt. Als ik haar vraag over de opkomst van de “hippere” café’s in Rotterdam, zegt ze: ‘Gadverdamme. Als ze bij mij een Vieux Cola bestellen dan zeg ik: ‘Hé, we zitten niet in een cocktailbar.’’ Ze kreeg schildklierkanker, haar man overleed en haar ouders werden ook ziek. Hierdoor kon Inge niet meer werken. Na een paar jaar kon ze weer beginnen bij Timmer, dit gaf haar heel veel vreugde. Door de pandemie en haar lichamelijke gezondheid moest ze tot haar spijt weer stoppen. Eén van de vaste gasten in het café was Mary, de eigenaar van de Kledingbank: ‘Mijn dochter heeft vroeger bij Mary stage gelopen bij het Zeemanshuis. Mary kent me heel goed; ik doe altijd wel zo leuk, zo druk, dit en dat, maar dat is ook maar zo’n klein stukje van mij. Ze heeft me heel subtiel naar de Kledingbank gelokt.’

Soms komen er op één dag tientallen zakken met kleding binnen bij de Kledingbank. ’Wat je aan donaties allemaal krijgt, dat is zo bijzonder! Zulke mooie dingen zitten er tussen. Soms ook baggerzooi, daar niet van, maar daar hebben we ook weer andere kanalen voor.’

Het contact met haar collega’s en de (soms moeilijke) klanten gaat haar goed af. Elke dag ontmoet ze weer nieuwe mensen, net als voorheen in haar werkzaamheden bij de “boerenlullenkroegen”: ’Door het werk bij de Kledingbank krijg ik weer energie. Ik vind kleding heel leuk, maar dat is eigenlijk het laatste op mijn lijstje. Het is vooral zo leuk dat je contact met zoveel verschillende mensen hebt. Je wordt weer gewaardeerd. Ik ben weer mens geworden door de Kledingbank!’

Aïda

Aïda is in 1994 vanuit Abchazië naar Nederland gevlucht. Ze is 60 jaar en woont in Rotterdam West. Aïda is al zeven jaar werkzaam bij de Kledingbank. Hiervoor werkte ze als bedrijfsleider in de horeca. Vanwege haar gezondheid (ze heeft een hernia en problemen met haar benen) moest ze hier mee stoppen: ‘Ik ben niet iemand die achter de geraniums gaat zitten. Daarom was ik heel blij dat ik kon beginnen bij de Kledingbank. Ik draag graag mijn steentje bij aan de maatschappij.’ Aida is zelf heel dankbaar voor de hulp die ze heeft ontvangen toen zij voor het eerst naar Nederland kwam: ‘Nu is het mijn tijd om andere mensen te helpen.’

Ze werkt twee dagen per week als dagcoördinator. Voorheen werkte ze vooral in de winkel en bij het sorteren. Maar ze had goede ideeën voor het bedrijf, dus is ze dagcoördinator geworden. Wat ze zo fijn vindt aan het werken bij de Kledingbank is dat ze mensen blij kan maken: ‘Je ziet het licht weer even aan gaan in de ogen van de mensen. We werken met verschillende instanties waardoor je een variatie aan mensen als klant krijgt: niet alleen mensen die weinig geld hebben, ook mensen met psychische problemen.’ Het werken met verschillende instanties werkt niet altijd even soepel: ‘Ik mis dat er bij sommige instanties niet goed gecommuniceerd wordt met de cliënten. Er is weinig begeleiding en sommige cliënten komen zonder begeleiding en kunnen geen Nederlands. Dan is het communiceren van het aanbod van de Kledingbank en de wensen van de klanten moeilijk. Soms weten ze bijvoorbeeld niet dat ze twee keer per jaar kunnen komen, dat er een speciale winter en zomercollectie is en dat ze zelf kunnen kiezen wanneer ze komen. Wij ontvangen de klanten zo netjes en vriendelijk mogelijk, maar de communicatie vanuit de instanties kan wel iets beter.’

Ook Aïda beaamt dat de werksfeer heel goed is. ‘Er werken mensen die een groot hart hebben. We zijn ook bevriend buiten het bedrijf. Ik ben zo trots op mijn dinsdag en donderdag team, ik kan het met niet beter wensen. Mensen die hier komen werken lopen vaak ook met een bagage, maar vinden altijd tijd en plaats om andere mensen te helpen, dat is heel mooi. Op sommige dagen is het werken bij de Kledingbank lichamelijk en geestelijk zwaar. Er komen veel mensen met mentale problemen en met een verschillende afkomst. Je bent als vrijwilliger aan het einde van de dag altijd moe, maar het is een andere moeheid. Je bent lekker moe. Je dag is niet zomaar voorbij gegaan, je hebt weer iets moois kunnen doen voor een ander.’

Mary

De voorzitter van het bestuur van de Kledingbank, is Mary. Mary is 71 jaar en woont in Rotterdam. Voorheen heeft ze eigen bedrijven gehad, was ze hotelmanager en daarna PR-manager bij het Zeemanshuis. Ze werd tien jaar geleden door de Kledingbank benaderd om het bestuur te versterken. Mary heeft het bestuur uitgebreid, zodat er meer projecten aangenomen kunnen worden. Zoals onder andere de pop-up store ‘Past Too’ (waar een speciale selectie wordt aangeboden voor een iets hogere prijs, waarbij de opbrengsten allemaal naar de Kledingbank gaan, zodat er bijvoorbeeld ook nieuw ondergoed aangeboden kan worden). Ze werkt momenteel vijf dagen per week bij de Kledingbank.

Daarnaast springt Mary ook af en toe bij in de winkel, zoals vorige week bijvoorbeeld: ‘Er kwam een doof stel langs met hun kinderen, om een afspraak te maken. De communicatie was lastig, aangezien er mondkapjesplicht is en ze van Turkse en Marokkaanse afkomst zijn en de Nederlandse taal ook niet goed beheersten. Dan maken we wel een uitzondering, en helpen we ze meteen. Door hun handicap is het wat lastiger, maar we proberen wat mogelijk is. Deze mensen waren zo blij en dankbaar.’

Mary geeft aan dat de Kledingbank op zoek is naar meer vrijwilligers en meer naaisters voor het atelier. Mensen die zich aangesproken voelen na deze verhalen, zijn dan ook zeer welkom op contact met de Kledingbank op te nemen [dit kan door te e-mailen naar info@kledingbank-rotterdam.nl of te bellen naar Gerard Roijackers tel. 06 14 02 39 94]. Mary is trots op alle vrijwilligers: ‘Er hangt een hele goede sfeer. Iedere dagcoördinator vindt dat hun team het beste is. Er is geen beter team dan hun eigen team.’ Mary laat de vrijwilligers zoveel mogelijk vrij en vindt het belangrijk dat ze eigen initiatief nemen en hun ideeën inbrengen. ‘Voor de vrijwilligers is het een thuis, een tweede familie. Dat ontroert me wel heel erg. Met al onze verschillende nationaliteiten zijn we een afspiegeling van de samenleving en een goed voorbeeld hoe goed de multiculturele samenleving kan zijn.’